Posts tonen met het label abdecker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label abdecker. Alle posts tonen

woensdag 2 november 2016

Kadavervet: Goed tegen tbc,en goed voor soepele voetbalschoenen Carcass-fat Good against tuberculosis and goed for smooth footballshoes....

Animal rendering - Destructie Column part 31
Please scroll down for the English version

Kadavervet: Goed voor smeerseltjes tegen tuberculose en jicht, soepele voetbalschoenen en het onderhoud van cricket-bats.

Zo was hondenvet een zeer gevraagd “vilderij-product” en werd dit tot in de achttiende eeuw namelijk in vele streken gezien als een goed geneesmiddel tegen “longtering”of tuberculose. In Duitsland was in iedere streek een eigen “Schindersalbe” of Scharfrichtereipflaster”verkrijgbaar en dat gemaakt was op basis van hondenvet.. Het was alleen bij de vilderijen verkrijgbaar en elke vilder had hiervoor zo zijn eigen geheime recept, dat hij van zijn ouders erfde. De smeersels werden ook op de vilderijen gemaakt. Dat er op de meeste vildereijen het met de hygiene erbarmelijk was gesteld, deed er in die tijd niet toe. Men geloofde gewoon in de werking van het smeersel….
Soms ging het zo ver dat mensen zelfs hun eigen hond naar de vilder brachten voor het vet van het dier. De vilder maakte dan de hond af , onthuidde het kadaver, won het vet daaruit en leverde dit tegen bepaalde kosten - weer terug aan de eigenaar van de hond.
De verkoop van hondenvet was tot in de achttiende eeuw volledig legaal.. .

Niet alleen hondenvet werd in “medicijnen” verwerkt. In Engeland verwerkte een vilder nertsenolie in een smeerseltje, dat door de plaatselijke huisarts werd afgenomen. Hij gebruikte dat als middel tegen jicht en smeerde daarmee de gewrichten van zijn patienten in.

Ook sportverenigingen waren “klant” bij de vilder. Voetballers poetsten hun voetbalschoenen wel in met paardenolie om ze mooi soepel te krijgen en cricketers wreven hun bats in met paardenolie om zo het hout te “voeden” en te voorkomen dat de bats barsten of scheuren gingen vertonen.



Carcass-fat: good for ointments against tuberculosis and gout, smooth soccer shoes and maintenance of cricket-bats.

So dog-fat was a highly demanded "knackery product" and in fact this was until the 18th century in many areas seen as a good medicine against lung tuberculosis. In every region in Germany there was a private "Schindersalbe" or „Scharfrichtereipflaster " based on dog-fat. It was only available at the knackeries and each knackerman had its own secret recipe that he inherited from his parents.

The ointments were also made on the knackeries. The fact, that at most oft he knackeries the hygiene was lamentable, did not matter at that time did not matter. It was believed just in the working of the ointment ....
Sometimes it went so far that people even brought their own dog to the knacker for the fat of the animal. The knacker then killed the dog , flayed the body, rendered the fat therefrom and delivered this against certain cost-back to the owner of the dog.
Until the 18th century the sale of dog-fat was completely legal.. 

Not only dog-fat was processed in "medications". In England a knackerman processed mink oil in a ointment, that was taken by the local family doctor. He used that as a remedy against gout and rubbed this on the joints of his patients.

Also several sports clubs were "customer" at the knackery. Footballers polished their soccer shoes with horse-oil to make them smooth and cricketers rubbed their bats in with horse- oil avoid the bats burst or cracked.


Zowel voor middeltjes tegen tbc als voor schoenpoets voor de voetbalschoenen wist men de  vilderij te vinden
Both for remedies against  tuberculisis  as for shoepolish for football shoes people knew to find the knackery

maandag 18 april 2016

Parijse voddenrapers en Russische hakengangers als bottenrapers. Bones collected by rag- and bonepickers

Animal Rendering - Destructie Column part 28
Please scroll down for the English version

Parijse voddenrapers en Russische hakengangers als bottenrapers.

In de tweede helft van de achttiende eeuw waren botten zoveel waard, dat zij uiteindelijk zelfs werden gezocht. Zo brachten de voddenrapers in onder andere in Parijs lange tijd alle botten overal uit de hele stad naar de vilderijen.
In Rusland werden de botten niet alleen door voddenrapers verzameld maar waren er ook  speciale bottenrapers. Op het platteland, in de dorpen en in de kleinere steden waren dat vaak rondzwervende opkopers, die  spullen uit hun centenkraam, zoals “wasparels”, bonte linten, kruizen, spiegeltjes en opsmukwaar ruilden voor botten. De “dagopbrengsten” werden thuis bewaard en zodra de totale hoeveelheid groot genoeg was, werden de botten aan tussenhandelaren verkocht. In sommige gebieden kwamen verzamelaars, handelaren maar ook de boeren zelf soms wel van 200 km ver elk voorjaar naar de havens, om de botten te verkopen, waar ze dan per schip werden afgevoerd. 

In de Russische grote steden hadden de opkopers een minder groot werkgebied en waren ze min of meer gespecialiseerd naar de soort rommel en afval. Zo waren er flessenverzamelaars, voddenrapers, oud-ijzerverzamelaars en dus ook bottenverzamelaars. Voor het eigenlijke werk hadden deze mensen meestal jongens maar in de zuidelijke gebieden ook uit vrouwen “in dienst”. Met een zak en een haak gingen zij  iedere dag als “hakengangers” op pad om met hun haak de botten uit allerlei afvalputten en mesthopen te vissen.  Sommige van hen hadden wel zelf wat geld en kochten dan in de keukens van particulieren maar ook van bijvoorbeeld kazernes, in worst en conservenfabriekjes etc de botten op en droegen ze dan in een zak op hun rug of op een kleine kar naar huis. Een enkele hakenganger genoot zoveel vertrouwen dat de baas elke dag wat geld als “handelsvoorschot” beschikbaar stelde. Tenslotte waren er onder de hakengangers de “heertjes”. Zij werden, die eens per week of per maand uitbetaald en kregen van hun opdrachtgevers kleine kamertjes aangewezen, waarin zij niet alleen de dagelijks verzamelde botten sorteerden en bewaarden maar daarin ook sliepen. De meeste hakengangers sliepen echter in allerlei schuilhoeken.

Tenslotte werden in de zomer vaak grote hoeveelheden botten gevonden op plaatsen, waar voor het leggen van funderingen werd gegraven
.  
Botten waren werden zelfs zoveel waard, dat bij het zoeken hiernaar zelfs kerkhoven niet werden ontzien”. 

  
Bones collected by rag- and bonepickers

In the second half of the eighteenth century bones were worth so much, that eventually they  were sought. So brought the rags collectors in, among others, Paris for a long time all bones everywhere from the entire town to the knacker-yards.

In Russia were the bones not only by rags collectors collected but that was also done by special bones pickers. In the countryside, in the villages and in the smaller cities it were often the wandering curiosity shops, that stuff from their pennies stall, such as, colorful ribbons, crosses, mirrors and accessories exchanged for bones. The daly-returns" were first kept at home and as soon as the total quantity was large enough, the bones were sold to a intermediate agent.  In some areas each spring, traders and collectors but also the farmers themselves came sometimes from 200 km far to the ports, in order to sell the bones, where they then were transported by ship.

 In the Russian large cities the purchasers had smaller working area’s and they were also more or less specialized to one specific kind of junk or waste. There were bottles collectors, rags collectors, old-iron collectors and so also bones collectors. For the actual work these people usually had not only guys but in the southern areas from
Russia they had also women "in service". ” With a bag and a hook every day they went on their path to pick up the bones from a variety of waste and manure heaps. Some of them did have themselves some money and they bought the bones in the kitchens of individuals but also of, for example, barracks, in sausage and canned food factories etc and carried them home in a bag on their back or on a small cart. A very few one enjoyed as confident that the boss give him every day some money as "the advance" available. Finally,  some among them were  the “Little Lords”. ”. They were, once per week or per month paid out and received by their ordering party small rooms designated, in which they not only kept their daily collected bones but they also slept in there.  Most, however, slept in all kinds of  recesses.

During the summer often large quantities of bones were found in places, where was dug for laying of foundations.

Finally bones were even worth that much, that - when searching them - even cemeteries were not respected ".


Botten- en voddenraper in actie
Bron: http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Ragpicker.JPG

maandag 12 oktober 2015

Botten als meststof Bones as a fertilizer

Animal Rendering - Destructie Column part 23
Please scroll down for the English version.
Botten als meststof
Deze zomer heb ik in onze vakantie in het Duitse Sauerland kennis kunnen maken met een oude manier van het verkleinen van botten.
Pas in de tweede helft van de achttiende eeuw ontdekte men – met name in Engeland dat van gemalen botten een heel goede meststof gemaakt kon worden. Men vermaalde in  water de botten tot een vettige deegachtige massa, die men in hoopjes op de grond eerst liet rotten en ze daarna als mest uit over het land uitspreidde.  In Amerika mengde men de vermalen botten daarvoor met mest .
In Duitsland kwam het gebruik van botten als meststof pas een eeuw later, rond 1850 op gang. Men ontdekte verder dat uitgekookte en ontvette botten een betere werking als mest hebben, dan “rauwe”botten.
Voor een goed uitkoken en ontvetten moesten de botten eerst worden verkleind. Aanvankelijk deed men dat bijvoorbeeld door ze met een botte bijl op de holte van de naaf van een oud wagenwiel kapot te slaan of ze overlangs te splijten, waardoor het merg rechtstreeks bloot kwam te liggen.
Sneller en ook minder arbeidsintensief was het raspen van de (rauwe) botten met een draaiende draaiende raspcilinder. Ook dit gebeurde veelal geheel handmatig maar op een vilderij bij de Puy de Dome in Frankrijk had werd de rasp door een waterrad aangedreven.
Het fijn stampen van de uitgekookte en brosse botten gebeurde op verschillende manieren. De eenvoudigste is het handmatig fijnstampen met een zwaar voorwerp, dat een intensief en langdurig werk was.
Later kwamen hiervoor molens met in een trog een rij stampers. Elke stamper had een zwaren ijzeren voet en bij het ene type molen  aan de zijkant een in hoogte verstelbare pal. Verder had de molen een draaiende as met daarop pennen, die telkens elke stamper aan de pal omhoog tilden, waarna de stamper weer in de trog terug viel. De hoogte van de pal bepaalde de slagkracht van de stamper.
Bij een ander type molen had elke stamper een uitsparing en de molenas een serie gebogen pennen, die door de uitsparingen van de stampers draaiden en zo telkens de stampers opheften.
De as met de pennen kon door wind- of waterkracht worden aangedreven. In Duitsland waren nog tot ver na de Tweede Wereldoorlog dergelijke door waterkracht aangedreven “Knochenmühlen” werkzaam.
De Knochenmühlen van Mühlhofe-Meinerzhagen, van Finnentrop-Fretter en van Eslohe zijn als “Technischen Denkmal te bezichtigen.
Hiervan heeft de molen in Mühlhofe stampers met aan de achterkant pallen en de beide andere molens stampers met daarin een uitsparing.
Bones as a fertilizer
This summer during our holiday in the German Sauerland I was introduced to an old way of reducing the size of bones.
Only in the second half of the eighteenth century it was discovered – particular in England  - that grounded bones were a very good fertilizer. In water one milled bones to a greasy dough-like mass, which first was put in heaps on the ground to let it rot and then one spreaded this  out over the land as a fertilizer. In America the grinded bones were mixed with manure.
In Germany the use of bones as fertilizer came just a century later, around 1850. It was discovered that boiled out and so degreased bones better functioned as a fertilizer, than "raw" bones does.
For a good boiling out and degreasing of the bones, they had at first to be reduced. Initially one did that, for example, by placing them on the cavity of the hub of an old wagon wheel and beating them with a blunt axe or one splitted them lengthwise, making it marrow expose directly.
Faster and also less labor intensive was the grating of the (raw) bones using a circular rotating grate cylinder. Also this happened mostly entirely manual, on a knacker-yard near the Puy de Dome in France the grate was powered by a water wheel.
The fine poundering of the degreased and brittle bones happened in different ways. The simplest way was manually grinding with a heavy object, that an intensive and prolonged work was.
Later, in a trough for mills with a row of pounders. Each pounder had a heavy iron foot and at one type of mill on the side of the pounder there was a height-adjustable ratchet. The mill also had a rotating axle with pens, which raised each pounder with his ratched, after which the pounder fell back again into the trough. The height of the ratchet determined the strength of the “blow” of the pounder.
At another type of mill each pounder had a recess and the mill-axel had a series of bent pins, which turned around in the recesses of the pounders an so raised the pounders and let them fall down into the trough.
The axis with the pins could be powered by wind or water power. In Germany until well after the second world  such "Knochenmühlen" powered by water power were still active.
The Knochenmühlen of Mühlhofe-Meinerzhagen, nearby Eslohe and at Finnentrop-Fretter can be visited as "Technischen Denkmal. At the mill in Mühlhofe the pounders had on the back ratchets and in both other mills  the pounders containing a recess.
x 1905 Dawidowski Brannt Glue gelatine animal charcoal etc p. 34 botten stamper
Beenderenmolen met stampers in een trog.
Bone-mill with pounders in a trough.

Bron: Dawidowski Brannt Glue gelatine animal charcoal etc 1905 p. 34
01 DSC_0192
In de beenderenmolens van  Fretter" en van Eslohe hebben de stampers een uitsparing voor de pennen op de molenas
At the bone-mill of Fretter the pounders have a recesse for the penns on the mill-axel

Bron: Foto A.M.T.M. Oudejans Fretter mill
02 DSC_0033
In de molen van Eslohe zijn de uitsparingen in de stampers goed te zien. In the mill of Eslohe the recesses in the pounders are good to see.
Bron: Foto A.M.T.M. Oudejans
03 DSC_0029
De gebogen pennen op de molenas bij stampers met een uitsparing. The curved pins of the mill-axel (Eslohe)
Bron: Foto A.M.T.M. Oudejans
04 DSC_0195
Stampers in de trog (Molen Fretter)  Pounders in the trough (Fretter Mill)
Bron: Foto: A.M.T.M. Oudejans
05 DSC_0144
De stampers van de molen in Mühlhofen hebben pallen  The pounders of the Mühlhofen Mill have ratchets.
Bron:  Foto A.M.T.M. Oudejans
06 DSC_0136
Molenas met pennen in de molen van Mühlhofen  Millaxel with pins in the mill of Mühlhofen
Bron: Foto A.M.T.M. Oudejans

maandag 5 januari 2015

Vilder zoekt Vrouw - Skinner wants a Wife

Animal Rendering - Destructie Column part 15
Please scroll down for the English version

Vilder zoekt Vrouw 

Tussen de oude destructie-installaties van Podewils, RUJAK, Hartmann en IWELL- Laabs vond ik deze advertentie uit 1928, waarin een Duitse vilder (Abdecker) een huwelijkkandidate zocht……………..

Met deze knipoog naar Yvonne Jaspers' Boer zoekt Vrouw, wens ik iedereen een gelukkig, gezond en voorspoedig 2015

Skinner wants a Wife


Between the old rendering plants of Podewills, Hartmann RUJAK and IWELL-Laabs I found this advertisement from 1928 in which German skinner was looking for a wife…….

Together with giving the Dutch TV-format of Yvonne Jasper a wink I wish you all a happy, healthy and prosperous 2015


Bron: Zeitschrift für das gesamte Abdeckereiwesen